Sinds 28 juni 2025 geldt de European Accessibility Act voor e-handelsdiensten. Voor een bureau dat WooCommerce- en WordPress-shops bouwt, is dat geen abstracte Brusselse tekst meer. Klanten vragen wat ze moeten publiceren, wie er toezicht houdt, en of een kleine webshop “erbuiten valt”. Dit artikel zet de feiten op een rij. Het is geen advies. De langere uitleg, met dezelfde bronnen, staat op EAA uitgelegd.
Wat de richtlijn van een webshop vraagt
Richtlijn (EU) 2019/882 gaat over producten én diensten. Een webshop is in die zin een e-handelsdienst: een consument kan op afstand, via een site of app, een overeenkomst sluiten. De ACM noemt onder meer kleding- en boodschappenwinkels, ticketplatforms en sites waarop je een abonnement afsluit. Ook een deel van een site kan genoeg zijn, en ook aanbod waarvoor de consument met persoonsgegevens betaalt.
In Nederland staat de plicht voor die diensten in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, afdeling 2ab, vanaf artikel 230fa. Kort gezegd: ontwerp en lever de dienst volgens de toegankelijkheidsvoorschriften, leg uit hoe je dat doet, houd die uitleg beschikbaar zolang de dienst draait, en zorg dat het zo blijft als de site verandert. Dat laatste is een proces, geen eenmalige oplevering.
De technische lat is een norm, geen stempel
De inhoudelijke eisen staan in de bijlagen bij de richtlijn. Voor webpagina’s wijst de Europese Commissie naar de geharmoniseerde norm EN 301 549, versie 3.2.1. Die leunt voor webcontent sterk op WCAG 2.1, niveau A en AA. WCAG 2.2 is een nieuwere set criteria. Die is niet vanzelf de wettelijke lat, ook al is het verstandig om er alvast rekening mee te houden.
Een programma kan daar maar een deel van zien. De Commissie schrijft dat geen geautomatiseerde test alle succescriteria van WCAG 2.1 A en AA dekt, en de extra eisen uit EN 301 549 al helemaal niet. Een maandelijkse scan is dus een meetmoment. Het is geen bewijs dat de shop aan de regels voldoet, en het is geen certificaat.
Wie er in Nederland buiten valt
Micro-ondernemingen die diensten verlenen, vallen in Nederland buiten artikel 230fb. Artikel 6:230fc lid 1 noemt ondernemingen met minder dan 10 werknemers én een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen euro. Die formulering volgt de mkb-definitie van de Europese Commissie: het personeelsplafond, én minstens één van de twee financiële plafonds.
De ACM zegt het in de praktijk zo: de plicht geldt bij 10 of meer medewerkers, of bij een jaaromzet van meer dan 2 miljoen euro. Ondernemersplein formuleert de doelgroep als “meer dan 10 mensen of meer dan 2 miljoen euro omzet”. Let op het verschil met de wettekst: de vrijstelling geldt bij mínder dan 10 medewerkers. Een organisatie met precies 10 mensen valt niet onder de vrijstelling. En de wet noemt ook het balanstotaal, niet alleen de omzet. Bij een klant op de grens hoort iemand de tekst te lezen, of een jurist.
Een Belgische klant is een ander verhaal
De richtlijn geldt in de hele Unie, maar de nationale invulling verschilt. In België beschrijft de FOD Economie voor micro-ondernemingen een overgangsperiode tot 28 juni 2030, niet dezelfde vrijstelling als in Nederland. Toezicht op e-commerce en op bankdiensten voor consumenten ligt daar bij de Economische Inspectie van de FOD Economie. Het Nederlandse verhaal “kleine webshop, dus de ACM komt niet” kun je daar niet overnemen. Ons concept voor een ACM-melding is ook niet de route voor een Belgische shop.
Verklaring, klantenservice, en daarna blijven meten
Wie onder de Nederlandse regels valt, publiceert een toegankelijkheidsverklaring: hoe de dienst werkt met hulpmiddelen, en hoe hij aan de voorschriften tegemoetkomt. De verklaring moet vindbaar zijn, zelf toegankelijk, en ook mondeling beschikbaar. De ACM noemt een geluidsfragment van dezelfde tekst als voorbeeld. De klantenservice moet vragen over toegankelijkheid kunnen beantwoorden.
Daarnaast geldt een meldplicht als de dienst niet op orde is en herstel niet binnen de termijn lukt. Kritiek en serieus: binnen een week. Matig en klein: binnen een maand. De uitwerking staat in het artikel over de meldplicht.
Voor een bureau is de praktische conclusie saai en bruikbaar. Vraag naar personeel, omzet en balanstotaal voordat je zegt dat een klant erbuiten valt. Verkoop geen overlay als oplossing; waarom dat niet werkt, staat apart. En spreek af dat meten, publiceren en herstellen terugkomen, in plaats van één oplevermoment in juni 2025.